In dit artikel wordt uitgelegd welke ATEX zones er zijn en wanneer welke ATEX certificering van toepassing is.

In “Wat is ATEX?” wordt uitgelegd wat ATEX is, maar om de juiste ATEX gecertificeerde sensor te vinden is een basiskennis over de verschillende ATEX zones belangrijk. In dit artikel wordt uitgelegd welke ATEX zones er zijn en wanneer welke ATEX certificering van toepassing is.

Welke ATEX zones zijn er?

Een ATEX omgeving kan worden onderverdeeld in zones, elk met haar eigen specifieke risico’s en regelgeving om apparatuur in te mogen zetten. Van de zes EX zones zijn drie gas zones en drie stof zones gespecificeerd waar een explosieve atmosfeer aanwezig is of kan zijn.

Gas zones: er is een explosiegevaarlijke vloeistof, damp of gas in de atmosfeer aanwezig, of er is een kans hierop.

Stof zones: er zijn explosiegevaarlijke vaste stoffen, vezels of stofdeeltjes aanwezig, of er is een kans hierop. Voorbeelden hiervan zijn: Granulaten, houtvezel en zaagstof, of voedingsingrediënten in poedervorm, dierenvoedingsmiddelen, etc..

Indeling van de verschillende ATEX zones

ATEX gas zones

In ATEX zone 0, ofwel Ex zone 0, is er een groot tot permanent risico op een explosiegevaar, omdat er (bijna) altijd voor langere periodes een explosiegevaarlijk gasmengsel aanwezig is. Om een Ex zone te classificeren als ATEX zone 0 is er meer dan 10% van de bedrijfsduur een explosieve atmosfeer aanwezig. Een veel voorkomende Zone 0 applicatie is niveaumeting in een afgesloten olie opslag op raffinaderijen, olieboorplatforms of in het bulkvervoer zoals op LNG tankers of olietankers. In de zone 0 toepassingen zijn met name onze optisch veilige laser sensoren en pyrometers terug te vinden. Een veel voorkomende toepassing is het monitoren van de temperatuur van een explosiegevaarlijk mengsel. Dit kan met de explosieveilige ExTemp temperatuursensoren van Calex

In een Ex zone 1 gasomgeving is het risico op de aanwezigheid van een explosiegevaarlijk gasmengsel minder groot, de frequentie op de aanwezigheid lager en de tijdsduur gemiddeld korter. Echter is het risico op de aanwezigheid van een explosiegevaar nog steeds zeer reëel. Wanneer er tussen 0.1% en 10% van de tijd een explosieve atmosfeer aanwezig is wordt een gebied als Ex-zone 1 geclassificeerd. Dit wil niet zeggen dat wanneer er een explosieve atmosfeer aanwezig is, deze minder gevaarlijk is dan in een Zone 0 toepassing. Omdat gedurende normaal gebruik er nog steeds een groot risico op de aanwezigheid van een explosiegevaarlijk gas- of stofmengsel is, worden voor zone 1 Ex-sensoren eveneens zeer strenge eisen gesteld. Veel voorkomende zone 1 toepassingen zijn afstandsmetingen tot een olietanker of aanwezigheidsdetectie van een helikopter op het heli-deck van een olieboorplatform. Hiervoor worden vaak Ex laser sensoren ingezet, zoals bijvoorbeeld de LAM 50 Ex d afstandslaser. Al onze ATEX lasers zijn als optisch veilig gecertificeerd. Andere veel voorkomende toepassingen zijn het monitoren van de explosieve atmosfeer middels warmtebeeldcamera’s of in het proces de temperatuur monitoren middels pyrometers. Daarnaast zijn er in Zone 1 diverse sensor toepassingen te vinden zoals het meten tot een object, object detectie in zone 1, positioneren en bewaken van producten en processen, via ultrasoon sensoren, fotocellen en laser sensoren. Een zeer capabele set fotocellen is deze uit de LT/LR serie, bestaande uit de LT G 30 EX 15 (zender) en LR G 30 EX 15 (ontvanger).

Tot slot kan een Ex gasomgeving aangeduid worden als Ex zone 2. In een zone 2 gasomgeving is bij normaal gebruik de kans zeer klein dat er een explosieve atmosfeer aanwezig is en als deze aanwezig is, zal dit slechts voor zeer korte periodes zijn. Voor Ex zone 2 wordt aangehouden dat het risico op de aanwezigheid van een explosiegevaarlijke atmosfeer minder dan 0.1% van de bedrijfsduur bedraagt. Aan apparatuur voor toepassing in ATEX zone 2 worden de minst strenge eisen gesteld, omdat het risico op de aanwezigheid van een explosieve atmosfeer zeer klein is en in normaal bedrijf nauwelijks tot niet voorkomen. Een Ex zone 2 is de meest voorkomende Ex gas zone. Sensor Partners biedt een breed pakket aan contactloze sensoroplossingen voor in een Ex zone 2 omgeving. Een voorbeeld is de zeer veelzijdige LAM 300 Ex d afstandslaser van Sensor Partners die uitgerust is voor zowel detecties als metingen in omgevingen met en zonder explosiegevaar!

ATEX stof zones

De ATEX stofzones worden ingedeeld in respectievelijk Ex zone 20, Ex zone 21 en Ex zone 22. De zonering van stofzones wordt gedaan op een vergelijkbare manier als de zonering van de Ex gas zones 0 = 20, 1 =21 en 2 = 22. Het grootste verschil zit in de technische eisen die worden gesteld aan de sensoren. Het gebruik in de Ex stofomgevingen en daarmee de manier waarop ze gecertificeerd worden, is anders. Hierdoor kan het voorkomen dat een sensor wel geschikt is voor toepassing in een Ex zone 22, maar niet toegepast mag worden in een ATEX zone 2 applicatie. Echter blijkt in de praktijk dat een product in een groot gedeelte van de situatie geschikt zal zijn voor beide zones.

Tot slot is het belangrijk om te weten dat op een ATEX gecertificeerd product het verplicht is om een Ex markering aan te brengen. Aan deze markering zijn strenge eisen verbonden, om te garanderen dat de juiste informatie, op de juiste manier wordt weergegeven.

Vereisten voor apparatuur in diverse ATEX zones

ATEX zones, groepen en categorieën

Ex apparatuur (sensoren) wordt in de volgende groepen en categorieën onderverdeeld:

ATEX apparaat Groep I: Apparatuur bestemd voor toepassing ondergronds in de mijnbouw en in bovengrondse mijnbouwinstallaties. Hierbij kunnen gassen en/of brandbare stoffen vrijkomen waardeer er een explosieve atmosfeer aanwezig is, of kan zijn.

ATEX apparaat Groep II: Alle andere omgevingen waar een kans is op explosiegevaar door de (mogeljke) aanwezigheid van een explosiegevaarlijke stof- en/of gasmengsel.

Categorieën binnen groep II zijn:

Apparaat categorie 1:

Apparaat categorie 2:

Apparaat categorie 3:

Toepasselijk voor ATEX Zone 0 (gas) of ATEX Zone 20 (stof). Een explosieve atmosfeer is voortdurend, lang of herhaaldelijk aanwezig. Hiervoor gelden dezelfde eisen als Zone 1 en Zone 21 apparatuur, met daarbij de volgende aanvullende eis. De beschermingswijze van het apparaat moet dubbel en onafhankelijk van elkaar zijn uitgevoerd. Tevens moet de veiligheid gegarandeerd blijven als er twee onafhankelijk van elkaar voorkomende fouten optreden, of wanneer één van de twee beschermingswijzen wegvalt.

Toepasselijk voor ATEX Zone 1 (gas) of ATEX Zone 21 (stof). Bij normaal bedrijf is het waarschijnlijk dat er af en toe een explosieve atmosfeer ontstaat. Denk aan de binnenkant van een silo, of aan dek van een olietanker. Voor Ex Zone 1 en Ex Zone 21 apparatuur gelden dezelfde eisen als voor Ex Zone 2 en Ex Zone 22, met daarbij de aanvullende eis dat bij veel voorkomende storingen en gebreken aan het apparaat, waar normaal gesproken rekening mee moet worden gehouden, geen explosieve atmosfeer mag kunnen ontsteken.

Toepasselijk voor ATEX Zone 2 (gas) of ATEX Zone 22 (stof). Er zal zelden en dan slechts kortdurend een explosieve atmosfeer ontstaan, of aanwezig zijn. Bij normaal bedrijf mag deze apparatuur een explosieve atmosfeer niet tot ontsteking kunnen brengen. De Ex zones 2 en 22 zijn de meest voorkomende zones, in circa 95% van de gevallen betreft het een zone 2 of 22 toepassing. Hierdoor is het logisch dat categorie 3 de meest voorkomende apparaat categorie is binnen het pakket ATEX Sensoren. Een Zone 2 of 22 situatie komt voor in een breed scala aan toepassingen, waaronder verffabrieken, houtzagerijen, bulkgoed magazijn, in de chemie en petrochemie, olie en gas, F&B (food & beverage), veeteelt, biogas centrales, recycling machinery, tankstations etc.

Direct hulp van een expert

Onze medewerkers staan in de startblokken om je te voorzien van het beste advies. Vul het contactformulier in en omschrijf je gewenste toepassing zo gedetailleerd mogelijk! Onze experts gaan meteen aan de slag.

Productspecialist