Een overzicht van de verschillende filterinstellingen voor ultrasoon sensoren van microsonic.

Elke toepassing vereist een op maat afgestelde sensor en in sommige gevallen heeft een sensor een softwarefilter nodig op optimaal te kunnen presteren. Maar welke filters zijn er eigenlijk en wat houden deze in?

F00 – Geen filter geactiveerd

Zonder filter wordt elke afstandmeting ongefilterd gemeten. Deze filterinstelling wordt voornamelijk gebruikt tijdens metingen onder ‘laboratorische’ omstandigheden en wordt niet aangeraden om te gebruiken in industriële toepassingen.

F01 – Standaardfilter

Met dit filter is het mogelijk om pieken uit de meting te filteren. Door de hold-time van een snel veranderende waarde aan te passen, of zelfs nagenoeg uit te schakelen, kan bepaald worden welke piekwaarden geaccepteerd worden als daadwerkelijke meetwaarde. Dit filter is de beste keuze voor de meeste toepassingen.

F02 – Middelend filter

Deze filterinstelling is de standaardinstelling voor analoge ultrasoon sensoren om afstandsverandering te verzwakken. Bij bijvoorbeeld trillingen kan dit filter toegepast worden, hiermee worden de snel opvolgende afstandsveranderingen uitgevlakt en blijft de uitgangswaarde stabiel. Deze zal alleen uitschieten wanneer in de betreffende situatie de afstand dusdanig afwijkt van de ‘standaard’ trillingen die aanwezig zijn.

F03 – Voorgrondfilter

Met dit filter zal de sensor trager reageren op snelle veranderingen in afstand. Bij voorkeur zullen de meest nabije objecten worden waargenomen. Denk hierbij aan de sproeiarm van een landbouwvoertuig. Het is van belang dat het object op de achtergrond, in dit geval de grond, genegeerd wordt. Hierdoor kan de sensor het object op de voorgrond waarnemen en dus de hoogte van bijvoorbeeld het gewas meten.

F04 – Achtergrondfilter

Met dit filter zal de sensor trager reageren op snelle veranderingen in nabijheid, bij voorkeur zullen de meest ver zijnde objecten worden waargenomen. Denk hierbij aan een ventilator die draait en genegeerd moet worden door de sensor, om een achterliggend object te kunnen waarnemen.

  Filter Toepassing
F00 Geen filter Enkel voor ‘onderzoek’, niet aan te raden voor industriële toepassingen
F01 Standaardfilter Aan te raden filter voor de meeste toepassingen
F02 Middelend filter Klassieke middeling voor analoge sensoren om een stabiele uitgangswaarde te creëren
F03 Voorgrondfilter Speciaal filter om dichtbij zijnde objecten waar te nemen en objecten op de achtergrond te negeren
F04 Achtergrondfilter Speciaal filter om ver zijnde objecten waar te nemen en objecten op de voorgrond te negeren

Wat past het beste bij uw toepassing?

Welke sensor ondersteunt nu welk filter? In onderstaande tabel vindt u een overzicht van welk filter toegepast kan worden door microsonic sensoren.

  F01 F02 F03 F04
mic+
mic
crm+
hps+
pico+    
lcs-
lcs+