Instellen van microsonic esf- sensoren

De esf- van microsonic is een sticker- of sealnaadsensor. Dit is een sensor die onderscheid kan maken tussen een sticker en het product, ook wel dragermateriaal genoemd, waarop deze zich bevindt. Daarnaast kan de sensor ook een sealnaad bij verpakkingen detecteren. Omdat het gaat om een detectie door middel van geluid (ultrasone geluidsgolven) is deze sensor ongevoelig voor de kleur of transparantie van het materiaal.

De werking van de sensor begint bij het uitzenden van een ultrasoon geluidsgolf tegen het dragermateriaal van het etiket. De geluidsgolven zorgen ervoor dat het dragermateriaal gaat trillen. Vervolgens ontvangt de sensor een sterk afgezwakte geluidsgolf terug. Het dragermateriaal levert een ander signaalniveau dan het etiket of de splice. Dit verschil wordt door de sensor geanalyseerd.

De inleerprocedure

De procedure voor het inleren van de esf- kan naar keuze met de toets aan de bovenzijde van de behuizing of middels een 5-pin kabel, welke dan aangesloten is aan de sensorstekker. Wat betreft het inleren is het (optioneel) via LinkControl de sensor te configureren. Het is tot slot mogelijk om de desbetreffende meetwaarden grafisch te weergeven. De verschillende inleermethoden volgen hieronder.

Methode 1:
Dragermateriaal en label dynamisch inleren

 

Tijdens het inleerproces wordt het dragermateriaal met labels met een constante snelheid aangevoerd door de vork. De esf-1 sensor leert automatisch het signaalniveau in voor de labels. Hiernaast wordt ook het niveau tussen lege ruimtes tussen labels ingeleerd. Deze methode is de standaard voor gebruik bij labels.

Methode 2:
Dragermateriaal en etiket apart inleren

 

Het signaalniveau voor het dragermateriaal en de etiketten kunnen zeer kort bij elkaar liggen. Dit kan een onderscheid tussen de twee moeilijker maken. Om ook deze etiketten te kunnen detecteren worden de eerst de signaalniveaus voor het dragermateriaal en vervolgens dat van het etiket apart ingeleerd. De schakeldrempel ligt dan tussen beide signaalniveaus. Deze schakeldrempel is het punt waar het signaalniveau van het dragermateriaal overgaat in dat van het etiket en andersom.

Methode 3:
Alleen baanmateriaal inleren

 

Baanmateriaal wordt in de regel vanaf de rol verwerkt. De naad die gedetecteerd moet worden bevindt zich dan op een onbereikbare plek in de rol. Hiervoor is een aparte inleermethode ter beschikking gesteld: alleen het baanmateriaal wordt ingeleerd. De sensor weet wat de waarden zijn van het baanmateriaal en kan door het signaalverschil bepalen of er een naad aanwezig is of niet.